Flex en flock zijn snijfolies. Een snijplotter snijdt de vorm van je ontwerp uit een gekleurd vel folie, je pelt het overtollige materiaal weg en wat overblijft pers je op het textiel. Flex is glad en dun, flock heeft een fluweelachtige, opstaande vezel.
Allebei bestaan ze al decennia en allebei zijn ze nog steeds uitstekend in waar ze voor bedoeld zijn. Er is alleen één harde grens: één vel is één kleur.
Waarom die kleurgrens alles bepaalt
Wil je een ontwerp met vier kleuren in flex, dan snijd je vier vellen, pel je vier keer en pers je vier keer, elke keer exact uitgelijnd op de vorige. Dat kost tijd en er kan van alles misgaan.
Een verloop of een foto is helemaal onmogelijk, want snijfolie kent geen halftonen. DTF drukt daarentegen in één doorgang full colour, inclusief verlopen en fotografisch detail, en het aantal kleuren heeft geen invloed op de prijs of op de arbeid.
Waar flex nog steeds wint
Voor enkelvoudige, egale toepassingen is flex vaak gewoon de betere keuze. Rugnummers en spelersnamen op sportshirts, één letter op een werkjas, een simpel logo in één huisstijlkleur: dat snijd je sneller dan je een transfer laat printen, en het resultaat is dun en strak.
Daar komt bij dat flex specialistische varianten heeft die DTF niet kan evenaren. Echte reflecterende folie, metallic en glow-in-the-dark zijn daar de bekendste van.
Waar flock nog steeds wint
Flock geeft een voelbaar, opstaand fluweeleffect dat visueel duidelijk anders is dan een vlakke print. Voor vintage sportshirts, collegejassen en alles waar textuur onderdeel is van het ontwerp levert flock een look die je met DTF niet nabootst.
Het weedwerk dat mensen onderschatten
Bij flex moet je alle binnenvlakken uit letters wegpulken. De o, de a, de gaatjes in een logo. Bij fijne typografie of een gedetailleerd ontwerp is dat minuten priegelwerk per stuk, elke keer opnieuw.
Bij DTF bestaat die stap niet. Alleen de bedrukte delen dragen lijm, de rest van de folie laat gewoon los.
Materialen en migratie
Flexfolies verschillen per materiaal. Je hebt een andere folie voor katoen dan voor polyester of nylon, en op sportstof kan de verkeerde folie migratie geven, waarbij de stofkleur na verloop van tijd door de print heen kruipt.
DTF hecht op vrijwel alle textielsoorten met hetzelfde product. Dat scheelt voorraad en het scheelt fouten.
Kosten per stuk
Flex is per vel goedkoop, maar de kosten schalen mee met het aantal kleuren en met de arbeid. DTF kost per stuk iets meer materiaal en vrijwel geen arbeid, en blijft gelijk hoe complex je ontwerp ook is.
Voor een eenkleurig rugnummer is flex goedkoper. Vanaf twee kleuren, en zeker vanaf drie, kantelt het vrijwel altijd richting DTF transfers.
De korte vuistregel
Is je ontwerp één egale kleur en simpel van vorm, kies flex. Heeft het meerdere kleuren, fijne details, een verloop of een foto, kies DTF. Wil je textuur als effect, kies flock.
De meeste drukkerijen houden alledrie op voorraad, precies omdat ze elkaar aanvullen in plaats van vervangen.
